zondag 2 januari 2011

Confessiones (deel I)

Hoewel ik een overtuigd atheïst ben schuilt er toch in mij een neiging naar enkele christelijke denkbeelden. Vooral die van de algemene schuld, de erfzonde zo je wil. Schuldig tot het tegendeel bewezen is. Tot je je verzet tegenover de zonde. "We hebben helemaal geen god nodig om schuld te creëren en te straffen. Onze naasten voldoen, geholpen door onszelf." (Albert Camus)

Misschien daarom dat ik mij te slecht, te min voel, voor een ander. Het is niet het idee van de schuld zelf die dat doet, maar het feit dat ik van mezelf wéét dat ik niets doe aan mijn schuld. Op geen enkel punt.

Ik dwing mezelf ertoe me te straffen als tegengewicht hiervoor en omdat de anderen het niet doen. Ik ben niet waardig dat gij tot mij komt (maar spreek en ik zal gezond lijken). 

En dan distantieer ik mezelf van zij die betekenisvol zijn in mijn leven. Of zouden moeten zijn. Of van wie ik eigenlijk wil dat ze het zijn. Maar ik kan mezelf er niet toe brengen. Het is het enigste dat ik kan doen, mezelf (mentaal en sociaal) straffen voor mijn zonden.

Een zondig mens.